PIJNLOOS EX’EN

Dat je zowel een voyeur als een exhibitionist, zowel een avonturier als een burgertrut bent valt beter te begrijpen dan die schurende combinatie van tevredenheid en pessimisme. Een optimist ben ik al helemaal niet. Dat is gerelateerd aan toekomstverwachtingen en daar kun je er maar beter niet te veel van hebben. Als het om morgen gaat zou ik zeggen: realist. Dat wil dan wel zeggen dat ik mij vooral bewust ben dat na zonneschijn regen komt. Oké, pessimist dus, het in ras tempo afgesleten cliché van het halflege glas. Gewapend bij tegenslagen.

Die staat van tevredenheid baart mij meer zorgen. Want dat komt niet alleen voort uit het nu, waarin ik mij redelijk gezond, tamelijk creatief en best wel actief voel, maar ook door mijn visie op het verleden. Ik heb namelijk een slecht geheugen voor de akelige dingen die gebeurd zijn.

Soms gebeurt er iets dat mij onaangenaam treft en dan moet ik vreselijk diep graven om de oorzaak van mijn onrust op te sporen. Zo waren een vriend en ik eens op de versiertoer met dezelfde vrouw. Mijn aanpak was omslachtig, hoffelijk en respectvol. Hij knalde er vol in. Hij kreeg haar. Dat stelde niet eens zo heel erg veel voor, maar ik voelde mij toch verslagen. Hem nam ik niks kwalijk, ik ken de jagersinstincten van mijn seksegenoten, maar dat zij eerder viel voor zijn botte tactiek dan voor mijn galante bewegingen, dat was onrechtvaardig. En pas 24 uur later realiseerde ik me dat het vroeger ook zo ging: dat ik tevergeefs gedichten voor haar schreef terwijl hij het gas van zijn Puch maar vol open hoefde te draaien of ze ging met hem mee.

Dat je een wisvermogen hebt voor al wat onaangenaam was kan je lelijk opbreken als je een eind aan een relatie hebt gemaakt. Op het moment zelf was de break-up onvermijdelijk, je wist heel erg zeker dat dit ver verwijderd was van de perfecte match, je had de balans van het samenzijn opgemaakt en die viel zwaar negatief uit. Kappen dus. Maar dan gaat de tijd eroverheen. Met haar sliep je toch zo fijn, met haar was reizen zo leuk, met haar was het zo relaxed dvd’tjes kijken, we zoenden zo synchroon en haar huid voelde zo lekker onder je strelende handen. Plus, plus, plus. Maar die ruzies dan, die stiltes, die verwijten, die beschuldigingen, die beledigingen. Ach ja, die waren er ook nog, maar welk percentage van de tijd die je samen doorbracht was het nou echt heibel?

Het is een beetje als met het weer. Je hebt de echte temperatuur, die wordt gemeten en opgeslagen, maar je hebt ook de gevoelstemperatuur, en die haalt de boekjes niet. Sterker nog, die gevoelstemperatuur verandert met de verstrijkende tijd. Het was feitelijk maar 10 procent ellende, het voelde toen als 51 procent, maar zoveel later rest er slechts 0,5 procent. En dan wordt het bloedlink als je haar weer ziet, als je zelfs vriendjes gaat proberen te worden, want mooi dat je dan alleen herinnerd wordt aan alles wat goed was, dan kan de vlam zomaar weer in de pan slaan.

Bij mij is ex dan ook bij voorkeur echt ex. Uit mijn leven jij. Jij denkt dat ik boos en teleurgesteld ben, maar integendeel, ik ben verzoend en hoopvol. Ik idealiseer je op een veilige afstand. Ik neem slechts mezelf in bescherming.

En daarmee is het woord gevallen dat de relatief redelijk tevreden man verenigt met de bezorgde pessimist: zelfbescherming. Zo bezien kun je maar het beste onbeweeglijk zijn, niet eens opstaan van je krukje uit de hoek van de boksring. Maar dat is ook geen optie, want wie niet beweegt beleeft niets en wie niets beleeft heeft niks te beschrijven. Ik denk dat het het pakket aan tegenstrijdigheden is dat ons in het leven voortduwt. Dat beschrijven vervolgens ook tot begrijpen leidt is een bruikbare illusie.